WAT JOEL ZEGT INZAKE "ELKAAR TOT ZEGEN" WILLEN ZIJN.

Uit "A Parenthesis In Eternity", pag 308 e.v.

Het is zó gemakkelijk om te denken dat wij elkaar tot zegen kunnen zijn. Dit is het natuurlijk geloof van de natuurlijke mens, de ego-mens. Echter, de ene tak kan waarlijk niet de andere tak tot zegen zijn omdat, welke zegen ook tot u of mij dóór (middel van) elkaar moge komen, werkelijk slechts het Leven is, Dat ons als Zijn Instrument gebruikt. De zegeningen die - uit welke richting dan ook - in onze ervaring en bestaan komen, zijn werkelijk God Zelve Die tot ons vloeit. Het is natuurlijk waar dat wij, als dienaren van de Allerhoogste, ook elkaar dienen, maar wij dienen slechts als Instrumenten Gods.

De Waarheid Die ons in staat stelt om elkaar te dienen, is te weten dat ik van mijzelf niets aan u te geven heb en u heeft van uzelve niets aan mij te geven: wij ontlenen ons goede aan dezelfde Bron omdat wij één zijn - één Boom. Wij zijn de manifestatie van de Ene Boom des Levens en - door een Onzichtbare Band - zijn wij allen takken van die Ene Boom.

Degeen die dit weet, begint zichzelf te zuiveren van zijn/haar ego omdat ze zichzelf niet zien als de bron van het goede van iemand anders. Hij/zij denkt slechts in termen van één en niet twee. Waar er twee zijn, zal er uiteindelijk wrijving zijn, zelfs als de een tijdelijk de ander goed doet.

Het tegengif tegen alle wrijving is een besef der éénheid. Wij moeten ons bewust dat beeld van de Boom des Levens voor ogen houden en wij moeten onszelve zien als takken van die Boom, die elk vanuit het Centrum naar de omgeving groeien maar niet van elkaar afhankelijk zijn en toch met elkaar samenwerken omdat wij (onder)delen van het ene geheel zijn

In het mystieke leven, leef je voortdurend en bewust als uit het Centrum in het besef der éénheid, en met iedere verzoeking om tweeheid of dualiteit of concurrentie te zien, glimlach je innerlijk in het besef:

""""Wees niet bang, het is IK. Er is hier slechts één van ons en niet twee. Er is niet een "ik" én gevaar, er is niet een "ik" én concurrentie, er is niet een "ik" én een vijand...dat is tweeheid of dualiteit."""

De manier van de mysticus is niet te strijden om vijan­den te overwinnen en om vrienden te maken. De mysticus weet:

""""Het is IK. Het is IK.. deze Boom IS al wat er is. Zelfs indien ik wel duizenden andere takken zie, het is Eén Boom. 'Het is IK, wees niet bang.' Er IS Eén Boom des Levens en wij zijn allen één in en van die Boom.""""

De mysticus heeft lange maanden en soms jaren gekend dat ze geconfronteerd werden met uiterlijke verzoekingen om te geloven in tweeheid of dualiteit en om te geloven dat er een "ik" én nog iemand is. Ze hebben zulke verleidingen overwonnen door het vermogen om te beseffen dat, ofschoon er wel tientallen andere mensen kunnen zijn, ze daadwerkelijk allen één Boom zijn, allen (onder)deel van de Boom des Levens en daarom, wat goed is voor de één, is goed voor de ander. Dit is het onderricht van de Meester van "heb uw naaste lief als uzelve" en het is slechts als we onze naaste zien als een (onder)deel van deze Boom des Levens, dat wij ze als onszelf liefhebben. We zien hoe ze van binnenuit gevoed, in stand gehouden, gesterkt, genezen en opgewekt worden..... zonder uiterlijke hulp van node te hebben.

Door dit leven te leiden wordt de mysticus een zegen zonder dat bewust te willen of te proberen. Al diegenen die in zijn / haar aanwezigheid komen, voelen iets dat uit zijn/haar bewustzijn uitgaat. En wat is het dat zij voelen? Geen enkel verlangen om goed te doen.. alleen maar het vermogen om te leven in het Centrum in deze overpeinzing der éénheid.

============================================================

Hieronder een voorbeeld hoe hard Joel "wereldverbeteraars" e.d. aanpakte:

U leest hieronder een fragment uit:: De Geestelijke Reis Van Joel S. Goldsmith – Cat.no 220) pag 124:

Ofschoon hij (Joel) bereid was om zeer ver te gaan met aanmoediging en hulp te geven aan oprechte studenten, had hij geen geduld met enigerlei pretentie, speciaal met een studente die stelde een staat van Bewustzijn te hebben verworven waar zij nog lang niet aan toe was.

Londen/Engeland, 10 mei 1956

Beste Lorraine,

Dank je voor je brief en bijlage. Ik ben blij dat je de brief van B... ontvangen hebt. Nu kan ik mijn ellende delen.

Ik heb van A een brief ontvangen. A zegt mij dat zij nu lerares van The Infinite Way is, wijd en zijd reist om de d i e p e boodschap uit te dragen en zij is er zeker van dat ik dit goedkeur, daar ik die gebeurtenis voorzien moet hebben daar ik wéét hoe gereed zij wel is, dat zij haar huis en gezin erdoor verliest, maar welke opoffering ook voor De Oneindige Weg is een kleinigheid, etc. etc. etc. Mijn antwoord kan misschien wel de planeet verbrand hebben waarop dit alles rustte, ik moest maar eens informeren.

Welkom, zuster medelijdster. Je behoeft niet krankzinnig te zijn om een metafysicus te zijn. Maar het helpt.

Liefs aan allen

Joel

===============================================================

Tot slot hieronder nog twee fragmenten:

 

Uit het boek: "The Altitude Of Prayer" : pag 86, 87 ofwel de Nederlandse Maandbrief Aug 1969)

------------------------------------ "Blijf in de Stad" ----------------------------------------------

 

     In het laatste hoofdstuk van Lucas (Luc. 24:49) komt een merkwaardige passage voor. Wanneer de Meester Zijn discipelen verlaat zegt Hij tot hen: "Blijf in de stad totdat gij zult aange­daan zijn met kracht uit den Hoge" Ga er dus niet op uit om volge­lingen te winnen, ga niet uit preken; ga niet uit. "Blijf in de stad."

     Zó is het ook met ons werk. Ons wordt geleerd om in gebed te blijven, om God te blijven erkennen en om in deze houding van "bidden zonder ophouden" te volharden, totdat wij macht van "uit den Hoge" ontvangen. Vergeet het nooit. "Ik kan van Mijzelve niets doen" (Joh. 5:30)

     Zo ook citeerde de Meester uit Jesaja: "De Geest des Heren is op mij, daarom heeft Hij mij gezalfd" (Luc. 4:18) Zelfs als ge alle Waarheden uit een boek weet, als ge de Bijbel goed kent, denk dan niet, dat dit inhoudt, dat ge door God zijt gezalfd. Gij zijt slechts door God gezalfd, wanneer "de Geest des Heren" op u is, wanneer ge deze Tegenwoordigheid voelt, wanneer ge werkelijk een innerlijk besef en gevoel daarvan hebt, of wanneer de "Stille Zachte Stem" in u spreekt (zie 1 Kon. 19:12). Tenzij er op de een of andere manier een innerlijke zekerheid in u optreedt, dat hier Iets meer is dan gij, is uw gebed ondoeltreffend.

     Wanneer echter een innerlijk gevoel van vrede op u neder­daalt, een innerlijke bevrijding van bezorgdheid, een inner­lijke zeker­heid, dat IK u nooit zal verlaten, dat IK bij u ben, kan dit het einde zijn van uw gebed voor het ogenblik. Dan zult ge ervaren dat, wáár ge ook om vraagt, zal geschie­den; omdat ge nu, eveneens krachtens deze Geest die in u is, genoeg zult begrijpen om niet om materiële dingen of om mate­rieel welzijn te vragen.

     Waar moet ge om vragen? Om niets. Wat denkt ge, dat GOD u onthoudt? Niets ! Waarom sluit ge dan uw ogen in gebed? Waar­om? Alleen opdat ge de Genade van God zult ontvangen, opdat ZIJN Geest op u moge zijn, opdat ge fysiek, mentaal, moreel, financieel genezen moogt worden, welke nood zich ook voordoet. Ge hebt geen andere reden om te bidden.

     God IS Alwetend; de Alles-Wetende. Moet ge dan iets aan God vertellen? Of hebt ge alleen maar uw ogen te sluiten en stil te zijn? Wanneer ge uw ogen sluit en stil zijt, dan weet God, dat het de bedoeling is, dat ge de gelegenheid schept, dat ZIJN Genade uw bewustzijn kan bereiken. Uw Hemelse Vader wéét, dat ge deze dingen behoeft, en het is "Zijn welbehagen u het Koninkrijk te geven" (Luc. 12:32). Daarom zoudt ge nu, op dit ogenblik, slechts deze woorden behoeven te bidden: "Wees stil, wees stil." Als ge dan stil genoeg zijt, laat dan ZIJN Stem in uw bewustzijn bulderen of daar zacht en vredig binnen­treden, want het Alwetende Bewustzijn, de Alwetende Liefde, de Alwetende Geest, de Alwetende Vader, wéét dat ge in gebed zijt om Goddelijke Genade te ontvangen. Ge kunt een vorm van be­schouwende meditatie gebruiken, waarbij ge enige Geeste­lijke Waarheden of een Bijbelse aanhaling overdenkt, slechts met het doel om uzelve in een innerlijke vrede of rust te brengen en dan stil te zijn:

     Ik ben hier in de stilte om UW Vrede te ontvangen, om UW Koninkrijk, UW Genade te ontvangen.

Vertoef in die stilte, die rust en vrede, totdat de Geest Gods in u nederdaalt en ge innerlijk een bevrijding voelt van deze wereld, van het probleem, waarmede ge geconfronteerd zijt; een bevrijding van vrees en angst. Dan zult ge te gelegener tijd ondervinden, dat Gods Genade de vorm aanneemt van een gene­zing, een geestelijke verheffing, een voorziening of een gelukkiger menselijke verhou­ding, iets zeer tastbaars of voelbaars.

     Gebed bestaat niet uit de woorden, die ge spreekt of de gedachten, die ge denkt; gebed bestaat uit een overgave aan God; uit het vermogen om in de stilte te gaan zonder een probleem, alleen maar voor de vreugde om met God gemeenschap te hebben, voor de ervaring van God op de juiste manier te leren kennen. Gebed is in wezen een innerlijke houding en een "hoogte". Het is een bewust­zijnshouding zowel als een bewust­zijns-"hoogte"; een houding van zelf-overgave en een "hoogte" in die zin, dat het zich verheft boven het wensen, willen, streven en een instelling wordt van één willen zijn met de Bron van het leven. Wanneer dat één-zijn ge­schiedt en de innerlijke weerklank zich voordoet, dan wordt de "zegen van de Heer" ontvangen.

     Het wonder is dan dat op de een of andere manier "de wereld" is overwonnen. Niet alleen is de pijn verdwenen, of een ziekte genezen, of heeft geluk de plaats ingenomen van ongelukkig zijn. Het gaat verder dan dit. De wereld is over­wonnen. Met andere worden: de bron van alle kwaad is geëlimi­neerd. De doorlopende meditaties, die dit innerlijk contact tot gevolg hebben, voeren geleidelijk tot het oplossen van problemen, niet alleen maar één probleem, maar het ene na het andere en soms meerdere tegelijk, de problemen , die "de wereld" vormen, verdwijnen.

=====================================

Uit: "Man Was Not Born To Cry", pag 109 ofwel de Nederlandse JULI 1962 maandbrief:

------------------------------- Geestdrift Is Niet Genoeg.--------------------------------------

Nadat zij wat van de Waarheid verworven hebben, snellen studenten in hun geestdrift en enthousiasme erop uit om de wereld te redden daarbij weinig beseffend, dat het verkrijgen van een stevige fundering in de letter der Waarheid als eerste stap essentiëel is eer enig werk met anderen beproefd kan worden.

Studenten zijn vaak geschokt als ik tegen sommigen hen zeg, dat zij geen recht hebben om de Waarheid aan wie dan ook te prediken; zij geen recht hebben om te bekeren of te trachten de wereld te redden omdat zij [zelve] er niet toe uitgerust of er gereed voor zijn. Zij trachten aan de wereld de Waarheid te geven eer zij zelve iets hebben om te geven. Zij hebben WEL ijver en geestdrift maar ze hebben NIET het begrip of de wijsheid en beseffen ook niet dat, eer zij de wereld tot zegen kunnen zijn, zij zélve met God contact gemaakt moeten hebben; zij zélve een bewuste realisatie van de Tegenwoordigheid of de Vader binnenin verkregen móeten hebben

Het is echter niet genoeg om louter de letter der Waarheid te kennen noch om te weten in welke boeken staat dat God binnenin [je] is. Het is niet genoeg om te wauwelen: “Oh, het kwaad is niet werkelijk”. Het kennen van de letter der Waarheid is zeker vereist als een fundering voor de volgende te nemen stap: die volgende stap namelijk van bewuste realisatie van de Tegenwoordigheid van God; maar k e n n i s alleen is voor iemand NIET voldoende om de wereld in te trekken in een poging aan de wereld te geven wat deze studenten zelve vaak niet hebben. Niemand moet erop uit gaan en de Waarheid uiten, preken, bekeren en trachten andere mensen te redden totdat . . hij [ertoe] geroepen is.

Slechts wanneer u gekomen bent tot die plaats in bewustzijn waar u bewust met God huist en rustig en vredig kunt neerzitten totdat u Gods Aanwezigheid voelt, bent u gereed om de wereld in te gaan omdat u het dàn heeft en slechts dàt zal de wereld redden: . . . GOD.

K e n n i s van of over God zal het NIET doet; slechts dat ene zàl het doen -----GOD ZELVE!

================================

Bestudeer ook: cat.no 22-07 de Maandbrief juli 1986: Het Tenietdoen Van Het Ego.